INTERVISIE

verbeter jouw professioneel handelen

Intervisie heeft als doel de professionaliteit van een persoon te vergroten. Dit gebeurt door het bespreken van ervaringen en vraagstukken die de professional heeft. Het gaat dan om zaken die werk gerelateerd zijn, zoals samenwerken of omgaan met lastige situaties met klanten. De onderwerpen of casuïstiek hebben betrekking op de persoon en zijn of haar handelen in bepaalde situaties en niet inhoudelijk op het werk dat de persoon uitvoert. Waar het bij intervisie vooral om gaat, is dat de professional de kans krijgt om met anderen (meestal collega’s) te reflecteren op zijn of haar eigen handelen en denken. Kenmerkend van intervisie is dat praktijkvragen van de professional centraal staan. Het gaat dus om het professioneel handelen en niet over iemands persoonlijkheid.

Proces van intervisie

Het intervisieproces kent een vaste opbouw, hierdoor zorg je ervoor dat de intervisie gestructureerd verloopt en dat de inbrenger van een casus op een juiste manier kan reflecteren. Het risico dat je loopt als je de intervisie niet volgens een bepaald proces laat verlopen, is dat het al snel een praatgroepje wordt. En dit is bij intervisie zeker niet de bedoeling.

Het proces kent de volgende fasen:

  1. Vaststellen van de onderwerpen
  2. Vaststellen van het tijdstip, deelnemers, agenda en plaats van de bijeenkomst
  3. Bijhouden van de intervisiebijeenkomst
  4. Evaluatie van het proces van intervisie

Deze stappen worden gefaciliteerd door een intervisiebegeleider.

De intervsiebegeleider

Elk ervaren lid van de intervisiegroep komt in aanmerking om de groep te begeleiden. Een belangrijke rol van de begeleider is het proces van de intervisie bewaken. De begeleider kan ervoor kiezen om naast zijn rol als begeleider ook mee te doen in het intervisieproces. Hij of zij zal dan ook vragen stellen of advies geven aan de inbrenger.

De rol van begeleider is onder te verdelen in de volgende taken.

Voorbereiding
De procesbegeleider bereidt de intervisiebijeenkomst voor door in overleg met de intervisiegroep het onderwerp te bepalen en na te gaan welke afspraken er gemaakt zijn in de vorige intervisiebijeenkomst.

Faciliteren
Tijdens de intervisiebijeenkomst faciliteert de begeleider het gesprek. Dit doet hij of zij door het voorstellen van een intervisiemethode. Wanneer er door de groep gekozen is voor een methode, begeleidt hij of zij de intervisieleden bij het doorlopen van de stappen in de intervisiemethodiek.

De intervisiebegeleider bewaakt de veiligheid in de groep. Dit betekent erop toezien dat de leden van de groep zich aan de intervisiemethodiek houden en niet vervallen in het beoordelen van de inbrenger.

Bijhouden
De intervisiebegeleider kan in een kort verslag bijhouden wat er tijdens de intervisiebijeenkomst aan de orde is geweest. Er hoeven geen hele gespreksverslagen gemaakt te worden, alleen vastleggen wat er ingebracht is en wat de conclusies waren.

Evaluatie
Als de intervisie voorbij is, dan evalueert de intervisiebegeleider kort met de deelnemers hoe ze de bijeenkomst hebben ervaren. Deze punten kunnen meegenomen worden bij de volgende intervisiebijeenkomst.

Een groepslid als intervisiebegeleider of een externe intervisiebegeleider?

Als een intervisiegroep net opstart en er is in de groep nog weinig ervaring met intervisie, dan is het raadzaam om te starten met een externe intervisiebegeider. De groep leert van deze externe intervisiebegeleider wat intervisie is en welke methodieken ingezet kunnen worden. Zo kan de groep langzaam ingroeien in het intervisieproces.

Voorwaarden van een intervisiegroep

Om intervisie te laten slagen is het belangrijk dat de leden van de groep aan een enkele voorwaarden voldoen.

Gelijkwaardigheid in hiërarchie, inzet en vaardigheden
Het is belangrijk dat de deelnemers hetzelfde kennisniveau hebben en dat er geen leidinggevende in de groep aanwezig is. Beginners in een vakgebied zullen vaak minder inbreng hebben dan mensen die al een aantal jaren in het vak werken. Doordat de beginners vaak minder inbrengen, kan er scheefgroei ontstaan tussen informatie halen en informatie brengen. Op den duur kan dit frustratie met zich meebrengen.

Vertrouwen
Wat er tijdens de intervisiebijeenkomst wordt besproken is vertrouwelijk. Dit wordt door de leden niet met derden besproken.

Grootte van de groep
De intervisiegroep bestaat idealiter uit 5 tot 6 deelnemers. Bij een te grote groep heb je het risico dat niet iedereen genoeg tijd krijgt voor inbreng. Bij een groep met minder dan 5 deelnemers loop je het risico dat als er mensen ziek zijn of verlof hebben, de groep te klein is om de intervisiebijeenkomst door te laten gaan.

Frequentie
Bij intervisie is het gebruikelijk dat er ongeveer elke 8 weken een intervisiebijeenkomst plaatsvindt.

Discipline
De deelnemers committeren zich aan intervisie en maken daar tijd voor. Afzeggen omdat de agenda vol zit is geen goede reden.

Luisteren
Luisteren naar elkaar is belangrijk. Hoor je echt wat de ander zegt? Wil je de ander goed kunnen adviseren, moet je precies begrijpen wat de ander zegt, zonder daar je eigen kleur aan te geven. Hoe goed denk je dat jij luistert? Test dit bij de luistertest van actief luisteren.

Enkele intervisiemethoden

Er zijn heel wat intervisiemethodieken die ingezet kunnen. De intervisiemethodiek waar de inbrenger van de casus zich het meest prettig bij voelt, wordt gekozen. Twee voorbeelden van intervisiemethoden zijn;

Vijfstappenmethode

  1. Vraagintroductie: de inbrenger stelt zijn vraag en ligt deze kort toe
  2. Probleemverkenning: de leden van de intervisiegroep stellen vragen aan de inbrenger om de vraag verder te verkennen. Dit doen ze door doorvragen en samenvatten.
  3. De kern: de groepsleden formuleren de kern van het probleem en toetsen dit bij de inbrenger
  4. Adviesronde: alle leden geven één advies aan de inbrenger. De inbrenger reageert hierop door aan te geven welke adviezen hem of haar aanspreken en welke niet.
  5. Evaluatie, de bijeenkomst wordt geëvalueerd.

De roddelmethode

  1. De inbrenger stelt zijn vraag en ligt deze kort toe.
  2. De leden van de intervisiegroep proberen door gerichte vragen te stellen meer duidelijkheid over het probleem te krijgen.
  3. Als de deelnemers klaar zijn met vragen stellen, dan stapt de deelnemer uit de kring en gaat daarbuiten zitten. Hij of zij bemoeit zich niet met het gesprek, maar luistert aandachtig en maakt aantekeningen. De groepsleden ‘roddelen’ met elkaar over de inbreng en de achtergrond van de vraag.
  4. De inbrenger sluit weer aan bij de kring en deelt zijn ervaringen met de groep. Is hij of zij het met de groep eens? Zijn er zaken die Evaluatie, de bijeenkomst wordt geëvalueerd.

Lees in dit artikel over communicatieblokkades.